Salduz-arresten voor bijstand advocaat politieverhoor

De Salduz-rechtspraak voor verhoor heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld, een samenvatting van de belangrijkste uitspraken zijn hierbij uiteengezet

Salduz-arresten

De Salduz-arresten hebben betrekking op de mogelijkheid dat u zich, als verdachte, kunt laten bijstaan door een advocaat voorafgaand en tijdens een politieverhoor.

Het Salduz/Turkije-arrest (Salduz-arrest) is een arrest 27 november 2008 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Yusuf Salduz, destijds 17 jaar oud, werd door de Turkse politie gearresteerd aangezien hij werd verdacht van deelneming aan een onwettige demonstratie en het ophangen van een spandoek. Yusuf werd onderworpen aan een politieverhoor, waar hij een bekentenis aflegde die hij later introk. Yusuf stelde in zijn rechten te zijn geschonden doordat hij tijdens het politieverhoor onder druk zou zijn gezet en geslagen zou zijn. Voorafgaand aan het politieverhoor had Yusuf geen advocaat gesproken, pas na de voorleiding bij de aanklager en de onderzoeksrechter had Yusuf de mogelijkheid tot contact met een advocaat. Mede dankzij zijn verklaringen gedurende het politieverhoor werd Yusuf veroordeeld tot een gevangenisstraf van tweeënhalf jaar.

Yusuf stelde beroep in bij het EHRM, waarbij hij stelde dat zijn recht op een eerlijk proces, zoals neergelegd in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), was geschonden. Als reden geeft hij dat hij tijdens het politieverhoor geen rechtsbijstand had, terwijl de verklaring die hij gedurende het politieverhoor had afgelegd wel werd gebruikt als belastend bewijs. Het EHRM was van oordeel dat artikel 6 EVRM eist dat verdachte toegang moet krijgen tot een raadsman vanaf het eerste moment dat de politie begint met verhoren. Dit wordt het consultatierecht genoemd. Van deze bepaling kan enkel worden afgeweken indien hier dwingende redenen voor bestaan. Dit arrest is van grote invloed geweest op de Nederlandse rechtsspraak. Als een verdachte namelijk wordt aangehouden moet hem of haar de mogelijkheid worden geboden, voordat het politieverhoor begint, een advocaat te spreken.

Op 22 december 2015 is deze uitspraak van het EHRM aangescherpt door de Hoge Raad. De Hoge Raad bepaalt dat een verdachte, naast het consultatierecht, ook recht heeft op bijstand van advocaat tijdens een politieverhoor, indien er geen dwingende reden zijn om dat recht in te perken. Kortom, dankzij deze uitspraken van het EHRM en de Hoge Raad heeft een verdachte recht op bijstand van een advocaat voorafgaand aan het politieverhoor en tijdens het politieverhoor. Klik hier voor de uitspraak.

Vervolgens deed het EHRM op 13 september 2016 uitspraak in de zaak van Ibrahim e.a. tegen het Verenigd Koninkrijk. In juli 2005 vonden geruchtmakende bomaanslagen plaats in de metro en het openbaar vervoer van Londen, waarbij 52 doden te betreuren vielen. Naar aanleiding van deze bomaanslagen werden drie verdachten aangehouden, waarbij wel cautie werd gegeven (recht om te zwijgen), maar deze verdachten hadden geen mogelijkheid tot bijstand van een advocaat. Tijdens het politieverhoor werden de verdachten (waaronder Ibrahim) ondervraagd over het feit of er nog meer bommen waren en wie er verder bij de bomaanslagen betrokken waren. Er werd een vierde man verdacht, ook tijdens zijn politieverhoor kreeg hij niet onmiddellijk toegang tot een advocaat. Is dit in strijd met de Salduz-rechtsspraak?

Zoals besproken kan er van de mogelijkheid tot bijstand van een advocaat worden voorbijgegaan, indien hier dwingende redenen voor bestaan. In dit geval was er sprake van verdenking van een terroristisch misdrijf. Het EHRM is van mening dat een serieuze bedreiging voor de vrijheid, de fysieke integriteit of voor het leven van een persoon dwingende redenen kunnen zijn het recht op rechtsbijstand te beperken. Het EHRM oordeelde dat ten aanzien van de drie aanklagers (waaronder Ibrahim) artikel 6 EVRM, recht op een eerlijk proces, niet geschonden was. Gezien de ernst van het delict bestond er de dringende noodzaak om het recht op rechtsbijstand uit te stellen. Het EHRM heeft hierbij ook laten meewegen dat er veel ander bewijs tegen de verdachten was, zodat de verklaringen geen grote rol hadden gespeeld bij de veroordeling. Ten aanzien van de vierde verdachte oordeelde het EHRM dat er geen dringende noodzaak bestond om het recht op rechtsbijstand uit te stellen, waardoor artikel 6 EVRM wel geschonden werd. Deze verdachte was niet op zijn zwijgrecht gewezen en werd in eerste instantie als getuige gehoord, waardoor hij veel belastende informatie jegens zichzelf had gegeven.

Ook oordeelde het EHRM over de vraag of dit leidde tot bewijsuitsluiting. De verklaringen van de verdachten zijn immers verkregen zonder bijstand van een advocaat. Het EHRM oordeelde dat uitsluiting van bewijs zich niet voordoet in deze zaak, bewijsuitsluiting doet zich alleen voor indien de verklaring(en) van de verdachte(n) verkregen zouden zijn door middel van foltering of mishandeling in strijd met artikel 3 EVRM. Klik hier voor de uitspraak.

Indien u zelf verdachte bent in een strafzaak heeft u dus de mogelijkheid een advocaat in te schakelen voor bijstand voorafgaand en tijdens het politieverhoor. De advocaat kan u tijdens en voorafgaand aan het verhoor van de politie als geen ander bijstaan door zijn of haar jarenlange ervaring. Als u het formulier invult neemt een goede en ervaren advocaat vrijblijvend contact met u op.